wandelimpressie
zondagmorgen vroeg
meeuwen drinken aan een plas
de iepen zwijgen
ik stap langs holle wegen
er kraait een haan oproerig
winter als gedicht
in de fruittuin hangt muisstil
een roerloos wachten
de greppels staan vol water
een wolk spiegelt zich erin
uitgehold staat hij
te sterven staande zoals
het kennelijk hoort
verwoest door vele jaren
nooit boog hij het koppig hoofd
flets hangt de hoeve
aan kale wintertakken
bladstil is het erf
van ver lijken de vensters
mismoedig loden spiegels
bomen koel geveld
uitgeteld liggen languit
in ongenade
de allee oogt nu vaalgrijs
de wind raakt het noorden kwijt
de akkers zuchten
water tot aan de lippen
vogels landen kil
nu naar de hemel kijken
paarden draven in de lucht
langs het slome pad
kikkert een lijdzaam gespan
de weiden loeren
stoutmoedig zadelt de wind
in het westen zijn paarden
delius

<< Home