voor de vogels
onder de bomen
lig je half ontbloot
maar je hebt geen koud
van je glazen trots
rest alleen nog puin
groen zijn je open wonden
klimop kruipt in je oksels
witte dovenetel
in je afhangende mond
hagedissen zoeken toevlucht
in je verweerde voegen
zelfs mieren bijten in je huid
een stilzwijgen overvalt
je ogen die verlegen
even opwaarts kijken
de uitgeputte stenen
vertellen aan klimop
en wilde braam
je hopeloos verloren faam
delius

<< Home